Wal, Nouk, van der (2026) De Samenhang Tussen Sociale Steun en Gevoelens van Hopeloosheid bij Adolescenten. Master thesis, Psychology.
|
Text
MasterThesisNoukvanderWal.pdf Restricted to Repository staff only Download (692kB) |
A thesis is an aptitude test for students. The approval of the thesis is proof that the student has sufficient research and reporting skills to graduate but does not guarantee the quality of the research and the results of the research as such, and the thesis is therefore not necessarily suitable to be used as an academic source to refer to. If you would like to know more about the research discussed in this thesis and any publications based on it, to which you could refer, please contact the supervisor mentioned.
Abstract
Hopeloosheid is een belangrijk symptoom dat samenhangt met depressieve symptomen bij adolescenten. Hoewel eerder onderzoek suggereert dat sociale steun een buffer kan vormen tegen depressieve symptomen, is minder bekend hoe sociale steun zich verhoudt tot hopeloosheid en of steun uit een bepaald domein (ouders, vrienden, klasgenoten, leraren) de meeste samenhang toont. Dit onderzoek onderzocht, op individueel en groepsniveau, of hogere ervaren sociale steun samenhangt met lagere hopeloosheid (H1) en of ouderlijke steun meer samenhangt met hopeloosheid dan steun van vrienden, klasgenoten of leraren (H2). Intensieve longitudinale dagboekdata werd verzameld bij 31 adolescenten (M_leeftijd = 13.87) gedurende 44 weken. Op groepsniveau hing hogere sociale steun significant samen met lagere hopeloosheid, wat H1 ondersteunt. Individuele analyses lieten echter grote verschillen zien: 14 adolescenten vertoonden een positieve associatie, 9 een zeer zwakke en 8 een negatieve. Met betrekking tot H2 lieten groepsresultaten zien dat ouderlijke steun de sterkste negatieve associatie vertoonde (r = -.736), gevolgd door vrienden (r = -.661), klasgenoten (r = -.593) en leraren (r = -.553). Op individueel niveau toonde steun van leraren het vaakst de meeste associatie met hopeloosheid (n = 12), gevolgd door ouders (n = 8) en klasgenoten en vrienden (beide n = 6). Deze individuele associaties waren zowel positief (n = 14) als negatief (n = 17). Deze bevindingen benadrukken het belang van het onderscheiden van groeps- en individuele processen in onderzoek naar sociale steun en hopeloosheid en suggereren dat interventies moeten worden afgestemd op de adolescent.
| Item Type: | Thesis (Master) |
|---|---|
| Supervisor name: | Poppelaars, M. |
| Degree programme: | Psychology |
| Differentiation route: | Ontwikkelingspsychologie (O) [Master Psychology] |
| Date Deposited: | 23 Apr 2026 07:50 |
| Last Modified: | 23 Apr 2026 07:50 |
| URI: | http://gmwpublic.studenttheses.ub.rug.nl/id/eprint/6379 |
Actions (login required)
![]() |
View Item |
