Hasperhoven, Marinke (2026) Differentiële Effecten van Gezondheids- en Dierenwelzijnsargumenten op Attitude en Vleesreductie-intentie: De Rol van Vleesconsumptiefrequentie. Bachelor thesis, Psychology.
|
Text
BachelorThesisMarinkeHasperhovenS4800494.pdf Restricted to Repository staff only Download (382kB) |
A thesis is an aptitude test for students. The approval of the thesis is proof that the student has sufficient research and reporting skills to graduate but does not guarantee the quality of the research and the results of the research as such, and the thesis is therefore not necessarily suitable to be used as an academic source to refer to. If you would like to know more about the research discussed in this thesis and any publications based on it, to which you could refer, please contact the supervisor mentioned.
Abstract
De consumptie van rood en bewerkt vlees brengt risico’s mee voor zowel de volksgezondheid als het dierenwelzijn. Om vleesconsumptie te verminderen worden argumenten ingezet, maar het is onduidelijk welke argumenten het meest overtuigend zijn. In deze studie werd onderzocht of gezondheids- en dierenwelzijnsargumenten verschillen in hun effect op de verwachte positieve uitkomsten van vleesreductie (attitude) en intentie ten aanzien van vleesreductie, en of deze effecten worden gemodereerd door vleesconsumptiefrequentie. Verwacht werd dat gezondheidsargumenten effectiever zouden zijn, en dat hogere vleesconsumptiefrequentie samenhangt met minder positieve attitudes en intenties. In een experiment met een steekproef (N = 109) werden participanten toegewezen aan een gezondheids- of dierenwelzijnsconditie. Na een audioboodschap werd een vragenlijst afgenomen waarin attitude, intentie en vleesconsumptiefrequentie werden gemeten. De resultaten lieten geen significante verschillen zien tussen de argumenttypen op attitude of intentie. Ook werd geen modererend effect gevonden. Wel werd een negatieve correlatie gevonden tussen vleesconsumptiefrequentie en attitude (r = -.19, p = .004) en intentie (r = -.45, p < .001). Binnen de gezondheidsconditie was deze correlatie met attitude significant (r = -.31, p = .029). De resultaten suggereren dat beide argumenttypen vergelijkbaar werden verwerkt en dat vleesconsumptiefrequentie samenhing met attitude en intentie. Vervolgonderzoek is nodig om te bepalen wanneer argumenttypen tot uiteenlopende effecten leiden.
| Item Type: | Thesis (Bachelor) |
|---|---|
| Supervisor name: | Dijkstra, A. |
| Degree programme: | Psychology |
| Differentiation route: | None [Bachelor Psychology] |
| Date Deposited: | 18 May 2026 13:53 |
| Last Modified: | 18 May 2026 13:53 |
| URI: | http://gmwpublic.studenttheses.ub.rug.nl/id/eprint/6409 |
Actions (login required)
![]() |
View Item |
